10 T/M 13 MEI 2018 GRATIS TOEGANG

Een dag uit het leven van omroeper Bert de Ruiter

4/18/2014 12:00:00 AM


Bert de Ruiter
In de piste van de Brabanthallen was een onmiskenbare stem te horen. Je hoort hem wel, maar je ziet hem niet. Omroeper Bert de Ruiter heeft een stem waarmee velen van ons groot zijn geworden. Hij is degene die niet alleen informeert, maar vooral de toon weet te zetten. Hij kan het publiek opzwepen als geen ander en op gezette tijden een grapje maken over de combinaties die in de ring verschijnen. Net voor aanvang van de Rolex Grand Prix op zondagmiddag vertelde hij zijn belevingen van de dag.
 
Hoe begin jij een belangrijke dag als vandaag?
 
“Hier heb ik de luxe dat ik uitgebreid kan ontbijten. Rustig naar een proef toegroeien als het ware. Er is elke ochtend voor aanvang van het programma een sportmeeting. Vandaag ben ik bewust niet gegaan. De tweede omroeper heeft de meeting bijgewoond. Als er zaken zijn die ik specifiek moet weten, dan hoor ik dat wel.
 
Daarna begon de ponyrubriek, die heb ik samen met de tweede omroeper gedaan. Dat werkt soms beter, dan kun je het publiek extra enthousiasmeren. Vooral de tussenrubrieken vergen extra voorbereiding. Gisteren was er bijvoorbeeld de uitreiking van de meest briljante dressuurcombinatie van Indoor Brabant. De vertegenwoordigster van Gassan, het bedrijf dat de diamant ter beschikking stelde, vertrouwt dan mede op mij dat zo’n uitreiking goed verloopt.
 
Voor een grote proef als die van vanmiddag, de Grote Prijs van Indoor Brabant, bouw ik wel een gezonde spanning op, het is toch een heel belangrijke wedstrijd en ik moet goed geconcentreerd zijn.”
 
Hoe komt iemand als omroeper bij Indoor Brabant terecht? Ben je er toevallig ingerold vanaf een klein plaatselijk concours?
 
“Ik ben van huis uit, hoe kan het ook anders met zo’n achternaam, opgegroeid met paarden. Ik ben begonnen in de manege waar ik wedstrijden organiseerde voor de klanten van mijn vader. Ik deed eigenlijk alles, van de startlijsten maken, tot de bak slepen en natuurlijk alles aan elkaar praten. Dat waren nog eens tijden, mijn moeder maakte toen nog met de hand de rozetten.
 
Dat aan elkaar praten van rubrieken is uitgeroeid tot mijn fulltime baan. Eerst landelijke concoursen en toen in 1994 het pony EK. Johan Heins vroeg of ik op dat concours wilde omroepen. Eerst dacht ik nog dat ik alle vaktermen in het Engels, Frans en Duits niet op tijd zou beheersen, maar met hulp van de internationale juryleden daar is het me toch gelukt. Daarna ging het vrij snel en kon ik aan de slag bij grote evenementen als Jumping Indoor Maastricht. Ik roep al om bij Indoor Brabant sinds 1996, moet je nagaan.”
 
Heb je een bepaalde gebeurtenis die je specifiek is bijgebleven?
 
“Goeie vraag, daar moet ik even over na denken. Nee, eigenlijk niet. Elk concours brengt leuke momenten met zich mee. Je maakt samen met het publiek en de organisatie veel mooie, spannende en soms grappige dingen mee. Hier bij Indoor Brabant hebben we dit jaar een deelnemer uit Qatar met een onmogelijk lange naam, Hamad Ali Mohamed A Al Attiyah. Daar maken we als omroepers dan een ‘running gag’ van en bombarderen hem als favoriet van het evenement. Terecht trouwens, want hij reed echt goed.
 
Ik heb wel eens momenten dat bijvoorbeeld alles klopt. De timing is heel belangrijk in samenspel met de muziek en het licht. Als er zich dan een bijzonder mooi sport moment voor doet, dan krijg ik ook wel eens een brok in mijn keel, maar dat laat ik nooit merken. Een foutje trouwens ook niet, daar praat je als omroeper snel overheen. Af en toe een grapje maken met een ruiter of met het publiek is leuk, dat kan in sommige proeven wel, maar dat zal ik bijvoorbeeld bij een Grote Prijs niet doen.”
 
Waar zou je ooit nog eens graag om willen roepen?
 
“Ik ben een gelukkig man en heb qua concoursen geen wensen meer. Ik heb bijna alles wel gedaan. Nederlandse, Europese en Wereldkampioenschappen heb ik mogen omroepen en daar ben ik blij mee en trots op! Ik heb geen ambitie om in het buitenland of in een andere taal om te roepen. Ik ben als het even kan na een dag werken graag ’s avonds weer thuis.”
 
Op zondag kon Bert terugkijken op een prachtige laatste proef, want het publiek zat weer op het puntje van hun stoelen, mede dankzij zijn teksten. Hij kon niet alleen mooie sport verslaan, maar ook genieten van de gezellige Brabantse sfeer die er in de piste hing, zowel gedurende de Grote Prijs als daarna.